Gegeven een lijnstuk AP. Construeer een derde punt B zodat de driehoek ABP gelijkzijdig is. Toon de lengte van de drie zijden en ga na dat de zijden onderling gelijk blijven als je het punt P beweegt. Bekijk de grootte van de drie hoeken van de driehoek.

Punt op -5.1311475409836085, 0.30327868852459094 Punt op -0.01945288753799268, 0.03242147922999017 Lijnstuk van A tot P Cirkel rond A met straal van A tot P Cirkel rond P met straal van A tot P Snijding tussen c1 en c2 Snijding tussen c1 en c2 Lijnstuk van A tot B Lijnstuk van B tot P Hoek P - B - A Hoek B - A - P Hoek A - P - B Beweeg het rode punt P.